De snelste stijger deze week stijgt 48 plaatsen en komt op #8 terecht. Wellicht is Fireball, afkomstig van de eilandengroep Trinidad & Tobago, op weg naar de eerste plaats die vijf landgenoten vóór hem ook al eens in Nederland behaald hebben. De eerste artiest uit Trinidad die in Nederland op #1 kwam, was, in 1956, pianiste Winifred Atwell, met ‘The poor people of Paris’. Twee jaar later volgde Edmundo Ros (‘March over the river Kwai’). Daarna bleef het lange tijd stil, totdat in 1972 Mac & Katie Kissoon bovenaan kwamen met ‘Sing along’. In 1986 volgde Billy Ocean met ‘When the going gets tough, the tough get going’ en de voorlopig laatste in het rijtje was veertien jaar geleden Haddaway met ‘What is love’. Wellicht dus dat een Fransman nu opnieuw een Trinidadder naar #1 helpt?
Posts tonen met het label Fireball. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Fireball. Alle posts tonen
maandag 27 augustus 2007
Fireball brengt Trinidad weer in de top 10
Bob Sinclar presents Fireball: What I want (8)
De snelste stijger deze week stijgt 48 plaatsen en komt op #8 terecht. Wellicht is Fireball, afkomstig van de eilandengroep Trinidad & Tobago, op weg naar de eerste plaats die vijf landgenoten vóór hem ook al eens in Nederland behaald hebben. De eerste artiest uit Trinidad die in Nederland op #1 kwam, was, in 1956, pianiste Winifred Atwell, met ‘The poor people of Paris’. Twee jaar later volgde Edmundo Ros (‘March over the river Kwai’). Daarna bleef het lange tijd stil, totdat in 1972 Mac & Katie Kissoon bovenaan kwamen met ‘Sing along’. In 1986 volgde Billy Ocean met ‘When the going gets tough, the tough get going’ en de voorlopig laatste in het rijtje was veertien jaar geleden Haddaway met ‘What is love’. Wellicht dus dat een Fransman nu opnieuw een Trinidadder naar #1 helpt?
De snelste stijger deze week stijgt 48 plaatsen en komt op #8 terecht. Wellicht is Fireball, afkomstig van de eilandengroep Trinidad & Tobago, op weg naar de eerste plaats die vijf landgenoten vóór hem ook al eens in Nederland behaald hebben. De eerste artiest uit Trinidad die in Nederland op #1 kwam, was, in 1956, pianiste Winifred Atwell, met ‘The poor people of Paris’. Twee jaar later volgde Edmundo Ros (‘March over the river Kwai’). Daarna bleef het lange tijd stil, totdat in 1972 Mac & Katie Kissoon bovenaan kwamen met ‘Sing along’. In 1986 volgde Billy Ocean met ‘When the going gets tough, the tough get going’ en de voorlopig laatste in het rijtje was veertien jaar geleden Haddaway met ‘What is love’. Wellicht dus dat een Fransman nu opnieuw een Trinidadder naar #1 helpt?
maandag 20 augustus 2007
Bob Sinclar haalt talent uit Trinidad
Bob Sinclar presents Fireball: What I want (56)
Het eiland Trinidad heeft al een flink aantal muzikale grootheden voortgebracht. Winifred Atwell, Mac en Katie Kissoon en Haddaway zijn wel de beroemdsten van dat eiland. Fireball voegt zich bij deze bij dat elftal Trinidezen. Eeh, Trinidadders. Of eeh, Trinidanen. Trinidiërs. Of zoiets.
Fireball heet eigenlijk Rohan Richards en is afkomstig uit Laventille. Vorig jaar brak hij op Trinidad door, toen hij de winnaar werd van het Synergy Soca Star songfestival in de hoofdstad Port-of-Spain. In de coverronde bracht hij ‘Don’t stop’ van de plaatselijke held Shurwayne Winchester, maar in de tweede ronde gaf zijn eigen nummer ‘Danger’ de doorslag. Hij stal de show toen hij de zaal werd binnengebracht op de schouders van zijn fans, begeleid door mannen met brandende toortsen. Het leverde hem een trofee op, vijfduizend dollar en eeuwige roem op zijn eiland.
Remix door Bob Sinclar
Fireball scoorde aansluitend met ‘What I want’ een grote hit op het Trinidadse (Trinidese? Trinidaanse? Trinidische?) carnaval. Dat nummer is opgepakt door de Franse producer Bob Sinclar, die er een rap aan toevoegt van de Jamaicaanse dancehall-artiest Fahrenheit (de achtergrondzanger van Sean Paul) en een onvermijdelijke housebeat. Fireball is er zeer over te spreken: “Het voelt goed om een hit te scoren en erkenning te krijgen. Het grote spel gaat nu beginnen, maar ik ga nog niet naast m’n schoenen lopen. 50 cent, Ne-yo en meer van dat soort gasten hebben al heel wat #1-hits te pakken. Dit is pas mijn eerste hit, dus ik heb nog een hoop werk te doen.” ‘What I want’ is ook terug te vinden op Sinclars album ‘Soundz of freedom’.
Het eiland Trinidad heeft al een flink aantal muzikale grootheden voortgebracht. Winifred Atwell, Mac en Katie Kissoon en Haddaway zijn wel de beroemdsten van dat eiland. Fireball voegt zich bij deze bij dat elftal Trinidezen. Eeh, Trinidadders. Of eeh, Trinidanen. Trinidiërs. Of zoiets.Fireball heet eigenlijk Rohan Richards en is afkomstig uit Laventille. Vorig jaar brak hij op Trinidad door, toen hij de winnaar werd van het Synergy Soca Star songfestival in de hoofdstad Port-of-Spain. In de coverronde bracht hij ‘Don’t stop’ van de plaatselijke held Shurwayne Winchester, maar in de tweede ronde gaf zijn eigen nummer ‘Danger’ de doorslag. Hij stal de show toen hij de zaal werd binnengebracht op de schouders van zijn fans, begeleid door mannen met brandende toortsen. Het leverde hem een trofee op, vijfduizend dollar en eeuwige roem op zijn eiland.
Remix door Bob Sinclar
Fireball scoorde aansluitend met ‘What I want’ een grote hit op het Trinidadse (Trinidese? Trinidaanse? Trinidische?) carnaval. Dat nummer is opgepakt door de Franse producer Bob Sinclar, die er een rap aan toevoegt van de Jamaicaanse dancehall-artiest Fahrenheit (de achtergrondzanger van Sean Paul) en een onvermijdelijke housebeat. Fireball is er zeer over te spreken: “Het voelt goed om een hit te scoren en erkenning te krijgen. Het grote spel gaat nu beginnen, maar ik ga nog niet naast m’n schoenen lopen. 50 cent, Ne-yo en meer van dat soort gasten hebben al heel wat #1-hits te pakken. Dit is pas mijn eerste hit, dus ik heb nog een hoop werk te doen.” ‘What I want’ is ook terug te vinden op Sinclars album ‘Soundz of freedom’.
Abonneren op:
Posts (Atom)